De kern van het ontwerp ligt in het slim verweven van de nieuwe volumes met de bestaande bedrijfsloods. Aan de voorzijde kreeg het perceel vijf nieuwe eenheden aansluitend op het bestaande bedrijfsgebouw. Door de gevel van het aanwezige volume ook een nieuwe afwerking te geven, wordt het bestaande gebouw geïntegreerd in het totaalbeeld. Beide volumes vormen samen één architectonisch geheel. Achteraan, op een iets lager gelegen deel van het terrein, zijn nog zes KMO-units voorzien.
De grootste uitdaging lag in de circulatie en bereikbaarheid. Het terrein sluit aan de voorzijde aan op de Kanaalweg en aan de achterzijde op de Ambachtsstraat. CLVR maakte hiervan een troef door een doorrijdbaar concept te ontwikkelen: bezoekers kunnen aan de ene straat inrijden en langs de andere weer uitrijden, zonder keerpunten of verkeersknopen. Daarnaast speelde de waterhuishouding een belangrijke rol. Boven- en ondergrondse voorzieningen – bufferbekkens en infiltratiebuizen – zorgen voor voldoende buffercapaciteit en infiltratiemogelijkheid. Tot slot werd het perceel zo ontworpen dat de beschikbare oppervlakte maximaal benut wordt.
Het ontwerp onderscheidt zich door de zorgvuldige uitstraling van de KMO-units. Aan de Kanaalweg kreeg het project een gezicht met een toonzaalunit met een glazen vitrine op de hoek. Materialen als betonnen panelen en metalen sandwichpanelen in warm ombergrijs zorgen voor een sobere maar krachtige uitstraling, versterkt door zwart buitenschrijnwerk. De gevels kregen diepte en ritme doordat de inkompartijen telkens wat terugliggen en in beton zijn uitgewerkt. Dankzij de terugliggende delen ontstaan schaduw en overdekte zones. Elke unit voorziet in een atelier en de mogelijkheid om een compacte kantoorruimte in te richten. Dankzij de 6 meter hoge binnenruimte kan dat over twee verdiepingen gebeuren.
Het project is ontworpen volgens de huidige normen, maar gaat verder door efficiënt materiaalgebruik en flexibele structuren. De slanke staalstructuur met overspanningen tussen 11 en 14 meter en kolommen om de 6 meter maakt de units vrij indeelbaar. Voor licht en comfort zorgen glaspartijen en lichtstraten. Op vlak van waterbeheer zijn infiltratiebuizen en bovengrondse buffers voorzien, terwijl regenwaterrecuperatie in elke unit standaard aanwezig is: elke huurder of koper beschikt over een eigen reservoir van 3.000 liter. Zo wordt niet alleen efficiënt maar ook duurzaam omgesprongen met de middelen en het terrein.
Eens het circulatieconcept op punt stond paste het ontwerp als een puzzel in elkaar.
De structuur en technische voorzieningen werden tot in het kleinste detail in kaart gebracht.
Straffe plakken, scherpe prijzen.
De eenvoud van de structuur en de ritmiek maakte het project relatief makkelijk uitvoerbaar, hetgeen resulteerde in een vlot traject.
Weinig restpunten en een zorgeloze bouwheer.