Het merendeel van de appartementen is bereikbaar via een gaanderij en één centrale traphal. Die circulatie vormt een belangrijk onderdeel van de architectuur en geeft het gebouw een unieke uitstraling. Vooral de uitkragende passerelle zorgt voor een herkenbare en karaktervolle look.
De terrassen zijn hoofdzakelijk gericht naar het achterliggende, rustige en groene gebied. Deze keuze garandeert zowel de nodige privacy als een optimale bezonning. De terrassen hebben een zuidwestelijke oriëntatie, waardoor bewoners volop kunnen genieten van de namiddag- en avondzon.
Ook in de indeling van de appartementen werd maximaal rekening gehouden met een gunstige oriëntatie. De slaapkamers zijn voornamelijk naar het oosten gericht. Daardoor blijven ze ’s avonds koeler, wat het slaapcomfort ten goede komt. De leefruimtes zijn naar het westen georiënteerd, zodat de avondzon tot op het terras en in de keuken binnenvalt.
De oversteken aan de voor- en achterzijde van het gebouw zorgen bovendien voor een natuurlijke, structurele zonwering. Hierdoor zijn afzonderlijke screens overbodig en blijft de architectuur rustig en puur.